Waterstof of warmtepomp

De bouw van windmolenparken in de Noordzee wordt mogelijk gekoppeld aan de productie van waterstof als energiedrager. De offshore windmolens gaan dan stroom leveren aan een nog te bouwen waterstoffabriek op een kunstmatig eiland midden in de Noordzee. Via bestaande gaspijpleidingen wordt de geproduceerde waterstof getransporteerd naar het land.

Nadeel is dat bij het omzetten van windstroom naar waterstof zo’n 20 procent van de energie verloren gaat. Voordeel is echter dat met waterstof, je de door windmolens geleverde energie kunt opslaan. Elektriciteit kan niet goed worden opgeslagen. De geleverde waterstof kan gebruikt worden als brandstof voor auto’s of voor verwarming van huizen.  

Voor auto’s is het alternatief het gebruik van accu’s. Echter, het opladen van een elektrische auto bij een snellaadstation duurt al gauw een half uur, terwijl je waterstof net zo snel tankt als benzine. Waterstof is bovendien heel schoon: er komt geen fijnstof of CO2 vrij, alleen zuiver water!

Voor verwarming van huizen is de warmtepomp een naar voren geschoven kandidaat ter vervanging van de gasketel. Het rendement kan tot 300% oplopen. Een ketel die warmte levert op waterstof is ook een schoon alternatief, maar veel minder zuinig. Bij omzetting van waterstof naar warmte gaat meer dan 50% verloren, dus zijn er bijna drie windmolens nodig om energie over te dragen van één. Toepassing van de warmtepomp vereist echter een relatief hoge investering en optimale isolatie van de woning. Daarom lijkt de warmtepomp bijna uitsluitend geschikt voor moderne of nog nieuw te bouwen woningen.

Volt maakt zich sterk voor verdere verduurzaming van de energievoorziening, waarbij acceptatie door de burgers een belangrijk onderdeel vormt. Stimulering van verder onderzoek tot hogere opbrengst in de energieoverdracht van waterstof is daarin een aanvaardbare te volgen weg naast verdere ontwikkeling van de warmtepomp.