Meer geld naar Brussel, juist nu!

De meerjarige EU-begroting loopt dit jaar af. De nieuwe begroting (2021–2027) staat op de agenda en moet dit jaar worden beklonken. Een nieuwe Commissie is aangetreden en gaat aan de slag om de uitdagingen waar Europa voor staat het hoofd te bieden. Tijd om richting te bepalen en het kompas bij te stellen. Een begroting voor 7 jaar moet worden vastgesteld op basis van maatregelen om bijvoorbeeld klimaatverandering, migratie, duurzame landbouw en de energietransitie te kunnen faciliteren. Een begroting met een blik naar de toekomst.

Het huidige Nederlandse kabinet laat weten de EU-begroting op inhoud te kunnen steunen – dat is goed nieuws – maar weigert een structurele ophoging van de individuele bijdrage van de lidstaten. Ontzettend zonde, want Nederland behoort tot een van de landen die het meest profiteert van de Europese Unie.

Waarom is het noodzaak dat het budget wordt verhoogd?

Door het vertrek van de Britten is een gat gevallen in de EU-begroting. Lidstaten moeten dit gat vullen. Daarnaast vraagt de Europese Commissie de lidstaten hun bijdrage structureel te verhogen om de maatschappelijke uitdagingen waar alle lidstaten voor staan gezamenlijk aan te pakken. Ja, dit kost geld, maar hiermee slaan we de handen ineen en zoeken we oplossingen voor de grensoverschrijdende problemen. Ieder zijn eigen fair share.

De enge benadering: het saldo

Lidstaten dragen hun financiële bijdragen af aan de EU, maar ontvangen ook inkomsten van de EU. Voor landen als Nederland, Duitsland, Zweden en Denemarken betekent dit per saldo een nettobijdrage aan de EU. Andere lidstaten ontvangen meer dan zij bijdragen. Nederland is nettobetaler en voor menigeen in Nederland voelt dit als onrechtvaardig. In Den Haag regeert nog steeds het sentiment dat Brussel ons te veel geld kost.

Lidmaatschap van de EU biedt Nederland echter veel. De kracht van de Nederlandse economische dynamiek berust in grote mate op ons sterke internationale concurrentievermogen en op onze positie op de internationale markt. Nederland verdient ruim 30% aan de internationale handel. Zo vindt 75% van onze buitenlandse handel plaats binnen de EU. Onze belangrijkste en sterkste handelspartners zijn onze buren binnen de EU. Het Nederlandse positieve handelsoverschot met de EU steekt torenhoog uit boven de toegestane EU-richtlijn (6% van het Bruto Binnenlands Product). Zoals Eurocommissaris Johannes Hahn aangaf: voor elke euro die van Nederland naar het budget gaat, komen er 12 terug in Nederland. De Europese markt is een belangrijke slagader van onze economie.

Waar gaat het nou echt om?

Het is duidelijk; Nederland heeft baat bij de verdere ontwikkeling van de interne markt, de economische ontwikkeling en groei in de minder ontwikkelde Europese landen en regio’s. Maar daarnaast is de Europese Unie een gemeenschap van gedeelde waarden en normen. Samen staan de EU-lidstaten voor immense en gedeelde uitdagingen. Europa bevindt zich in een wereld vol ontwikkelingen en onzekerheden. Het is zaak om de Unie kracht bij te zetten en verder te versterken om de uitdagingen van vandaag en van morgen het hoofd te bieden.

De EU-begroting is dan ook geen doel op zich, maar wel een cruciaal vehikel om de EU – en daarmee ook de Nederlandse – ambities te kunnen vervullen. Het kabinet weigert een structurele ophoging van de individuele bijdrage van de lidstaten voor de toekomstige grootschalige EU-financiering van cruciale investeringen in klimaatadaptatie, mitigatieprojecten, investeringen in de energietransitie, duurzame landbouw en de circulaire economie. Willen we deze uitdagingen aangaan en verwachten wij van de EU dat zij daar een rol in speelt, dan moeten wij samenwerken, vooruitdenken en daad bij woord voegen.
Daarom: meer geld naar Brussel, juist nu!

Reinier van Lanschot (Co-President Volt Europa) en Annelies Drost (Themacoördinator Economie).